Lijst met meer dan 150 marketing termen uitgebeeld door een woordenboek

De ultieme lijst met meer dan 150 online marketing termen!

Meer dan 150 online marketing termen en begrippen!

Als je in marketing werkt, word je doodgegooid met online marketing termen. Dit kan soms erg vermoeiend zijn. Vooral als je pas net bent begonnen in digitale marketing. Aangezien ik zelf al 5 jaar in digitale marketing werk heb ik een lijst gemaakt met de meest belangrijke digitale marketing begrippen. Zo hoef jij niet voor elk marketing begrip dat je hoort, een nieuwe zoekopdracht te doen in Google, Bing of Chat GPT. Dit is de ultieme lijst met meer dan 150 online marketing begrippen en termen in het Nederlands

Algemene online marketing termen 

Om niet meteen met de meest specifieke online marketing termen te beginnen, zal ik beginnen met de meest populaire algemene online marketing begrippen. Deze termen kunnen je helpen online marketing beter te begrijpen. 

  1. A/B Testen: A/B testen is het uitvoeren van split testen om de resultaten van campagne A met campagne B te vergelijken. Dit kan zijn in een advertentie maar ook op bijvoorbeeld een landingspagina.

  2. Above the fold: Above the fold, is alles wat je ziet, wanneer je een pagina opent zonder omlaag te scrollen.
  1. AdSense: AdSense is een advertentie service van Google.

  2. Affiliate Marketing: Affiliate marketing is een vorm van marketing, waar uitgevers, bloggers en influencers de winst delen met bedrijven.

  3. AIDA Model: Het AIDA-model staat voor attention, interest, desire, action. Dit is een online marketing term die wordt gebruikt om de 4 stappen te beschrijven die copywriters gebruiken om een advertentietekst te schrijven.

  4. Autoresponders: Autoresponders sturen een automatisch bericht.

  5. B2B: B2B staat voor business-to-business, hierin probeert een bedrijf iets aan een ander bedrijf te verkopen in plaats van aan een consument.

  6. B2C: B2C staat voor business-to-consumer, hierin wilt een bedrijf iets aan een consument verkopen.

  7. Bieden: In veel betaalde advertenties kan een marketing specialist bieden op een bepaald zoekwoord.

  8. Behavioral Marketing: In behavioral marketing is het de bedoeling dat je potentiële leads target op basis van hun gedrag.

  9. Bounce Rate: Een bounce rate is het percentage bezoekers dat op een pagina land en vervolgens weg gaat van deze pagina.

  10. Buyer Persona: Een buyer persona is het ideale klantprofiel van een bedrijf.

  11. Campagne: Een campagne is een collectief van marketingactiviteiten.

  12. Churn: Churn is het aantal klanten dat een abonnement stop zet. Churn kan worden gemeten door middel van churn rate.

  13. Contactformulier: Een contactformulier is een formulier dat kan worden ingevuld door potentiële klanten als zij contact met een bedrijf willen opnemen.

  14. Conversie: Conversie is het percentage bezoekers dat een klant wordt. Vaak wordt dit gemeten door middel van een conversiepercentage.

  15. Cookie: Een cookie is een klein bestand dat data opslaat van bezoekers op een website.

  16. CPA: CPA staat voor cost per acquisition oftewel kosten per acquisitie. Dit is hoeveel geld je uitgeeft voor een acquisitie in een marketingcampagne.

  17. CPC: CPC staat voor cost per click, dit zijn de kosten per klik. Hierin kun je uitrekenen hoeveel het een adverteerder kost voor dat iemand klikt op een advertentie.

  18. CPM: Bij het gebruiken van CPM kun je uitrekenen hoeveel een impressie kost van jouw advertentie.

  19. CPV: Dit staat voor cost per view en is een manier om uit te rekenen hoeveel het kost per keer dat een advertentie video wordt bekeken, bijvoorbeeld op YouTube.

  20. CRO: CRO staat voor conversie rate optimization en is een tak binnen marketing. Een CRO-specialist veranderd onderdelen van landing pages, advertenties en copy om een betere conversie ratio te krijgen.

  21. Demografieken: Demografieken zijn de kenmerken van de bezoekers van een website. Dit kan zijn leeftijd, geslacht, opleiding, werk en nog veel meer. Je kunt demografieken gebruiken voor het optimaliseren van advertenties. 

  22. Email Marketing: Email marketing is een vorm van marketing. In deze vorm van marketing wordt een bedrijf of merk gepromoot via email.

  23. Engagement Rate: Engagement rate laat zien hoeveel interactie er is met een marketing campagne.

  24. Hashtag: Een hashtag is een tag die kan worden gebruikt om op te zoeken via verschillende social media kanalen.

  25. Impressies: Impressies is een belangrijke term in de wereld van digitale marketing. Impressies laten zien hoe vaak een advertentie is bekeken.

  26. Inbound Marketing: Inbound marketing is een manier om klanten naar een website te laten komen. In plaats van uit te reiken naar klanten.

  27. Influencer Marketing: Bij influencer marketing wordt een bekend persoon of een bekende creator gebruikt om een merk of bedrijf voor een groter publiek te brengen. Dit soort bekende figuren zijn vaak op social media kanalen zoals YouTube, Instagram, TikTok, LinkedIn en elk social media kanaal dat je kunt bedenken.

  28. KPI: KPI’s staan voor key performance indicators. Deze kunnen worden gebruikt om de progressie naar een bepaalde doelstelling te evalueren.

  29. Landingspagina: Een landingspagina is een pagina waar iemand op landt, nadat ze op een advertentie hebben geklikt.

  30. Lead: Een lead is een term die zowel in sales als in (online) marketing wordt gebruikt. Een lead is een potentiële klant.

  31. Lead Magneet: Een lead magneet is een troef die veel bedrijven gebruiken om een klant binnen te halen, dit kan een gratis brochure, e-book, template of andere dingen zijn die de interesse opwekt bij een klant.

  32. LTV: Lifetime Value: Lifetime value is de waarde van een klant. Dit is de geschatte inkomsten die een bedrijf kan verwachten van een klant.

  33. Marketingautomatisering: Marketingautomatisering is het automatiseren van verschillende marketingprocessen. Dit wordt gedaan door behulp van marketingautomatiseringsoftware.

  34. Marketing Funnel: De marketing funnel zijn alle stages waar een potentiële klant in zich bevindt voordat deze overgaat tot een aankoop.

  35. Multichannel marketing: Multichannel marketing is een digitale marketingstrategie waar de marketing over meer dan een kanaal loopt. Het kan zijn dat een bedrijf niet alleen Facebook advertentie wilt doen om hun klanten te bereiken, maar ook SEO, contentmarketing, email marketing, influencer marketing en nog veel meer.

  36. PPC: PPC staat voor pay-per-click, dit is een vorm van marketing waar wordt geboden op zoekwoorden. PPC is uiterst competitief.

  37. Quality Score: De quality score is een manier van Google om de kwaliteit van jouw advertenties te beoordelen.

  38. Reach: De reach oftewel het bereik van advertenties is een manier om te zien hoeveel bereik een advertentie heeft.

  39. Referral Marketing: Bij referral marketing proberen bedrijven en merken ervoor te zorgen dat bestaande klanten worden gestimuleerd om andere mensen uit te nodigen voor het product.

  40. Retargeting: Retargeting is een vorm van adverteren waar je website bezoekers die niet converteerde nog een keer probeert te bereiken.

  41. ROI: ROI staat voor return on investment. Dit is een belangrijke online marketing term. ROI meet hoeveel geld je terug krijgt voor het geld dat je uitgeeft.

  42. SEM: SEM staat voor search engine marketing. Dit zijn alle vormen betaalde marketing op het web.

  43. Trigger: Een trigger is een actie die iemand onderneemt die ervoor zorgt dat er een reeks marketingberichten naar diegene wordt verstuurd.

  44. Video Marketing: Bij video marketing worden video’s gebruikt als belangrijkste marketing medium.

  45. Virale Marketing: Virale marketing zijn marketingcampagnes die er op gericht zijn om zo’n groot mogelijke doelgroep te bereiken. Hierdoor wordt de marketingcampagne als “viraal” beschouwd.

  46. Webinar: Een webinar is een marketingkanaal waar een bedrijf een educatieve presentatie geeft over een onderwerp.

  47. WordPress: WordPress is de meest bekende, en populaire CMS.

Online marketing termen in copywriting

Als je je op dit blog bevindt dan is er natuurlijk een grote kans dat je meer wilt weten over schrijftermen die worden gebruikt in online marketing. Daarom kun je hieronder ook een lijst vinden met de meest gebruikte online marketing termen die ik heb gehoord in copywriting en content writing de laatste 5 jaar.

Online marketing termen in copywriting uitgebeeld door een pen en een woordenboek


  1. Aggregated content: Aggregated content is content die samen verzameld is op een plek.

  2. Artikel: Een langere vorm van content meestal meer dan 1000 woorden lang. Zie in dit artikel, hoe je een artikel schrijft.

  3. Awareness: Een term die is bedacht door copywriting legende Gene Schwartz. Deze copywriting term wordt gebruikt om te laten zien hoeveel verstand een potentiële klant heeft van een bepaald product.

  4. Bio of Biografie: De bio of biografie vertelt meestal iets over de achtergrond van een schrijver van een artikel.

  5. Caption: Een caption is een korte beschrijving van een foto. Zoals de tekst onder een Instagram post.

  6. Case Study: Een case study is grondig onderzoek van een product, persoon of experiment.

  7. Clickbait: Clickbait is content die ervoor zorgt dat mensen op een artikel klikken, maar niet de verwachtingen waarmaakt.

  8. Content: Het materiaal dat bedrijven gebruiken om iets over te brengen naar het publiek.

  9. Content Editing: Content editing is het bewerken van content.

  10. Creatieve Briefing: De creatieve briefing is een beschrijving van het project, waarbij de reden en de achterliggende gedachten worden bekend gemaakt.

  11. CTA: CTA staat voor call to action en wordt gebruikt om iemand tot een actie over te laten gaan.

  12. Curatie: Content curatie is het herorganiseren van andermans content en het delen met het eigen publiek.

  13. Deliverable: Een deliverable is een opdracht dat je aflevert aan een klant. Een deliverable hoeft niet per se af te zijn. Het kan zo zijn dat de eerste deliverable van de uitlijning is van het artikel, de tweede deliverable de voorlopige versie, en de derde deliverable de afgemaakte versie. Deliverables zijn belangrijk voor zowel content schrijvers als copywriters.

  14. Dummy Copy: De dummy copy is een tekst die op een website staat wanneer deze nog niet af is. Vaak is dit in het Latijn, bijvoorbeeld; “Lorem ipsum sit dolar amet”.

  15. E-book: Een e-book is een elektronische vorm van een boek.

  16. FOMO: FOMO staat voor ‘fear of missing out’ en is een belangrijke copywriting techniek.

  17. Ghostwriter: Een ghostwriter is iemand die onder de naam van iemand anders artikelen schrijft.

  18. Headline: Dit is de titel van een tekst.

  19. Herd Behaviour: Herd behaviour oftewel kuddegedrag is een copywriting techniek gebaseerd op dat mensen sneller over gaan tot een aankoop als ze zien dat andere mensen hun voor zijn gegaan.

  20. Hook: Een hook of een haakje grijpt de aandacht van een lezer en zorgt ervoor dat deze verder wilt lezen.

  21. Interview: Een interview is een gesprek tussen 2 of meerdere mensen. Veel schrijvers gebruiken interviews om artikelen te schrijven.

  22. Infographic: Een infographic is een online marketing term die wordt gebruikt om een complex idee makkelijker te maken. Infographics zijn vaak statistieken in de vorm van een plaatje.

  23. Jargon: Jargon is vaktaal. Jargon kan beter niet worden gebruikt in een artikel aangezien het belangrijk is voor een schrijver om complexe ideeën makkelijker te maken. 

  24. Kill Fee: Soms wordt een schrijfproject stop gezet voordat het werk echt begonnen is. Voor al het voorbereidend werk vragen freelancers dan vaak een kill fee. Een kill fee voor journalisten ligt vaak tussen de 10 en 20 procent.

  25. Listicle: Een listicle is een artikel in de vorm van een lijst. Denk hierbij aan de top 10 steden om te bezoeken in Spanje, of 5 tips om jouw SEO te verbeteren.

  26. Meme: Een grappig plaatje of video. In meme kan ook worden gebruikt in een artikel om de aandacht van een lezer erbij te houden.

  27. Microbloggen: Microbloggen is een vorm van kort bloggen. Twitter is een microblog platform.

  28. Newsjacking: Newsjacking is het gebruiken van het belangrijkste en laatste nieuws voor eigen PR-doeleinden.

  29. Permission Marketing: Permission marketing is het maken van content waar het publiek op zit te wachten. Het tegenovergestelde van permission marketing is cold calling.

  30. Plagiaat: Plagiaat is het stelen van andermans content, en doen alsof het jouw eigen content is.

  31. PR: PR staat voor public relations. Vaak wordt PR gedaan door middel van het nieuws op te zoeken. 

  32. Review: Een review is een recensie van een product, voor schrijvers is dit meestal in de vorm van een artikel. Er zijn ook veel reviews in videoformaat op YouTube en TikTok.

  33. Social Proof: Social proof is een marketing techniek die vooral door copywriters wordt gebruikt. Reviews van klanten worden gezien als social proof.

  34. Subheader: Dit is een heading in een artikel dat een bepaald stuk van een tekst omschrijft.

  35. Tone of Voice: Dit is de toon dat een merk wilt gebruiken voor hun marketingdoeleinden. Alhoewel vroeger een merk vaak een tone of voice wilde gebruiken, zijn er tegenwoordig meer en meer bedrijven die hun tone of voice aanpassen aan het platform.
  36. USP: Een USP is een unique selling point. Veel copywriters gebruiken USP’s om klanten te laten weten welke unieke voordelen een bedrijf heeft.

  37. Whitepaper:  Een zeer informatief stuk content, whitepapers helpen vaak met de autoriteit van een bedrijf of merk te verhogen.

  38. White Space: White space zijn de stukken wit op een website, dit is vaak om een website er visueel beter uit te laten zien.

Online marketing termen in SEO 

Ja, als je hier vaker bent geweest, weet je ook dat ik wel het een en ander weet over SEO. Zoekmachineoptimalisatie zit bomvol met afkortingen, en andere online marketing termen. De ene term is nog vager dan de ander. Daarom ook een lijst met de meest gebruikte SEO termen en hun definities.

  1. Algoritme: Dit is een complex computerprogramma dat wordt gebruikt door zoekmachines. Op basis van het algoritme wordt er besloten welke pagina het hoogste in de zoekresultaten komt te staan.

  2. Alt Attribuut: Een Alt Attribuut is een attribuut waarmee een afbeelding wordt beschreven. Het is belangrijk dat dit een duidelijke beschrijving is, aangezien alt attributen ook door blinde en slechtziende mensen worden gebruikt om er achter te komen wat er op een afbeelding gebeurd.

  3. Anchor Tekst: Anchor teksten zijn de klikbare woorden op een link.

  4. Autoriteit: Autoriteit is een belangrijke term in SEO. Zoekmachines gebruiken de autoriteit van een pagina als signaal om te kijken of een website op een bepaalde term moet ranken.

  5. Backlink: Een backlink is een link die een website krijgt van een andere website. Wanneer deze van hoge kwaliteit is, kan een backlink helpen met de autoriteit van een website te verhogen.

  6. Bing: Bing is de zoekmachine van Microsoft en de grootste concurrent van Google op het moment. Vooral sinds de opkomst van ChatGPT

  7. Black Hat SEO: Black Hat SEO, is het gebruiken van risicovolle tactieken om hoger te scoren in zoekmachines. Black Hat SEO, gaat tegen de richtlijnen van Google en andere zoekmachines in.

  8. Blog: Een blog is een pagina waar content op wordt gepubliceerd.

  9. Branded Keyword: Wanneer een gebruiker een exacte of variatie van een merknaam gebruikt om iets op te zoeken in de zoekmachines.

  10. Broken Link: Een link die verwijst naar een 404 pagina (pagina niet gevonden).

  11. Canonical URL: Dit is een HTML-code die een voorkeur geeft aan een specifieke URL. Dit gebeurt wanneer er meerdere URL’s zijn die vergelijkbare of dezelfde content hebben.

  12. ccTLD: Country Code Top Level Domain. Bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf heeft .nl aan het einde van hun domein staan.

  13. CMS: Een CMS, is een content management systeem. Het meest bekende content management systeem is WordPress.

  14. Core Update: Core updates zijn er wanneer Google een grote update doet aan hun algoritme. Core updates kunnen in een klap verkeer wegnemen of toevoegen aan een website, al gebeurt dat eerste veel vaker.

  15. Core Web Vitals: Een rapport waarmee de algemene prestaties van een website kunnen worden gecheckt.

  16. Crawling: Dit is een hoe een zoekmachine informatie van een pagina verwerkt.

  17. CSS: CSS zijn cascading style sheets beschrijven hoe HTML elementen op een website moeten verschijnen.

  18. Dead End Page: Een pagina zonder links naar een andere pagina.

  19. Deep Link: Een deep link is die naar een andere pagina verwijst dan de homepagina.

  20. Deindexering: Deindexering is wanneer een pagina tijdelijk of permanent uit de zoekresultaten wordt gehaald door een zoekmachine.

  21. Directory: Een directory is een lijst van website, die meestal wordt gecatoriseerd over verschillende industrieën.

  22. Disavow: Wanneer je veel spammy backlinks hebt die je niet weg kunt krijgen, dan kan de Google disavow link tool worden gebruikt.

  23. Dofollow Link: Een dofollow link is, is een link die het dofollow attribuut gebruikt.

  24. Domein: Een domein is een websiteadres.

  25. Domein Autoriteit: Domein autoriteit checkt de sterkte van een website. Domein autoriteit is in het leven geroepen door de bekende SEO tool MOZ.

  26. Duplicate Content: Duplicate content is wanneer content erg vergelijkbaar of zelfs hetzelfde is content op een andere pagina.

  27. E-E-A-T: E-E-A-T staat voor experience, expertise, authority, en trustworthiness. EEAT is een van de belangrijkste on page ranking factoren van Google.

  28. External Link: Een external link is een link van een URL naar een andere URL.

  29. Footer Link: Een footer link is een link die op de bodem van een pagina staat.

  30. Gastbloggen: Gastbloggen is het bloggen op andermans website. Vaak wordt dit gedaan om een link terug te krijgen van deze website.

  31. Google Analytics: Een gratis software van Google om data in te zien op een website.
  32. Google Hummingbird: Google Hummingbird is de naam van een Google algritme update in september 2013. Deze update hielp Google met het beter begrijpen van vragen in plaats van alleen zoekwoorden.

  33. Google Panda Update: Google Panda Update is een update van Google die werd uitgerold in februari 2011. Het doel was om content met weinig waarde te beperken.

  34. Google Penguin Update: Google Penguin Algoritme is een algoritme update die werd gelanceerd in april 2012. Hierin werden spammy tactieken beperkt. Zoals keyword stuffing en links van link farms.
  35. Google Pigeon Update: Google Pigeon Update is een online marketing term die is bedacht door Seo’s, niet door Google zelf. Dit was een algoritme update die hielp met lokale zoekmachineoptimalisatie.

  36. Google Rankbrain: Google Rankbrain was een algoritme update van Google. Machine learning werd hierin toegevoegd aan het algoritme.

  37. Google Search Console: Een gratis applicatie gemaakt door Google. Hierin kunnen website meer inzichten krijgen in de prestaties van hun website.

  38. Google Trends: Google Trends is een website waar je data visualisatie kunt zien en de laatste zoektrends kunt bekijken.

  39. Google Webmaster Guidelines: Google Webmaster Guidelines zijn richtlijnen die Google heeft opgesteld voor de beste praktijken om websites te optimaliseren voor zoekmachines.

  40. Gray Hat SEO: Gray Hat SEO, zijn SEO-praktijken die zich in een grijs gebied bevinden. Ze volgen de regels van Google Webmaster Guidelines, maar buigen de regels een beetje.
  41. Headings: Headings zijn HTML tags die content in verschillende secties verdelen.

  42. HTML: Hypertext markup language is een programmeertaal die wordt gebruikt voor het structureren en weergeven van inhoud op het internet door middel van tags en elementen

  43. HTTP: HTTP is een protocol dat wordt gebruikt voor het verzenden en ontvangen van gegevens over het internet, waarbij informatie niet versleuteld wordt verstuurd.

  44. HTTPS: Hypertext Transfer Protocol Secure is een beveiligde versie van HTTP waarbij de gegevens versleuteld worden verstuurd, waardoor een veiligere communicatie tussen de gebruiker en de website mogelijk is.

  45. Inbound Link: Een inbound link, is een link van een externe website. Als schrijfsterk.nl een link krijgt van IMU, is dit een inbound link aan de kant van schrijfsterk.nl.

  46. Index: Een index is de database die zoekmachines gebruiken om een website of pagina in op te slaan.

  47. Interne Link: Een interne link is een link van een pagina naar een andere pagina op dezelfde website.

  48. JavaScript: JavaScript is een programmeertaal die wordt gebruikt voor het ontwikkelen van interactieve en dynamische webpagina’s.

  49. Knowledge Graph: De Knowledge Graph van Google is een uitgebreide semantische kennisdatabase die wordt gebruikt om relevante informatie te tonen in de zoekresultaten.

  50. Knowledge Panel: De Google Knowledge Panel is een informatieve sectie die verschijnt aan de zijkant van de zoekresultatenpagina wanneer er wordt gezocht naar een specifieke entiteit, zoals een persoon, plaats, bedrijf of organisatie.

  1. Link Bait: Link Bait is met opzet provocatieve of controversiële content schrijven met het doel om een link te krijgen.

  2. Linkbuilding: Linkbuilding is een SEO proces, waarbij links worden verkregen van betrouwbare en relevante websites.

  3. Link Equity: Link Equity is de waarde van een link, dit wordt gebaseerd op relevantie, betrouwbaarheid en autoriteit.

  4. Link Farm: Een link farm oftewel een linkboerderij is een groep van websites die is gemaakt met alleen het doel om naar elkaar te linken. Dit is een vorm Black Hat SEO, tegen de richtlijnen van Google.

  5. Link Juice: Link juice is een term die wordt gebruikt om de waarde van een link te beschrijven.

  6. Linkprofiel: Het linkprofiel van een website zijn alle websites die naar een website linken.

  7. Link Velocity: Link velocity is hoeveel links een website krijgt, en hoe snel de website deze links krijgt. Het kan zijn dat een website opeens veel links krijgt, dit kan er op wijzen dat spammy technieken worden gebruikt.

  8. Long Tail Zoekwoorden: Long tail zoekwoorden zijn langere vormen van zoekwoorden, vaak om een heel specifiek onderwerp te beschrijven. Bijvoorbeeld  “Nike Sneakers” is een zoekwoord om een groot onderwerp te beschrijven. Daarentegen is “Rode Nike voor vrouwen in Amsterdam Centrum” een long tail zoekwoord.

  9. Meta Descriptie: Een meta descriptie wordt gebruikt om het onderwerp van een pagina te omschrijven. Al was het vroeger een belangrijke ranking factor van Google, is het steeds minder belangrijk omdat Google vaak hun eigen meta descriptie opstelt. Daarnaast werd het ook vaak misbruikt door de meta descripties vol te proppen met zoekwoorden.

  10. Meta Tags: Meta tags zijn tags in de broncode van de HTML van een pagina. Dit wordt gebruikt om de content van een pagina te beschrijven voor zoekmachines.

  11. No Index Tag: Een no index tag is een tag die specifiek wordt gebruikt zodat een pagina niet wordt geïndexeerd in zoekmachines.

  12. Off-Page SEO: Off-Page SEO zijn alle vormen van SEO die niet op de website zelf worden gedaan. Dit kan linkbuilding zijn, maar ook social media, PR, en andere vormen van brand awareness.

  13. On-Page SEO: On-Page SEO zijn alle vormen van SEO die op een website zelf gebeuren.

  14. Orphan Pagina: Een orphan pagina is een pagina, die geen enkele link heeft van een andere pagina op de website.

  15. Page Speed: Page speed laat zien hoe snel een pagina is. Je kunt hiervoor Google’s pagespeed insights gebruiken.

  16. Penalty: Een penalty is een handmatige actie. Een penalty van Google kan ervoor zorgen dat er een grote daling is in bezoekers op een website. Penalty’s worden gegeven aan websites die spammy technieken gebruiken.

  17. Positie: Een positie in de zoekmachines.

  18. Ranking Factor: Een ranking factor is een onderdeel van een groot aantal onderdelen die bepalen of een pagina hoog rankt op een bepaalde zoekterm.

  19. Redirect: Een redirect wordt aangemaakt om een gebruiker van een pagina naar een andere pagina te sturen.

  20. Reputatie Management: Reputatie management is een online marketing term. Deze term is ook erg belangrijk voor SEO aangezien het helpt met Off-Page SEO. Reputatie management is het verkrijgen van een positieve online perceptie.
  21. Rich Snippet: Een rich snippet is een verrijkte weergave van een zoekresultaat in de zoekmachines, waarbij aanvullende informatie zoals beoordelingen, prijzen, afbeeldingen, openingstijden, enzovoort wordt weergegeven.

  22. Robots.txt: Een robots.txt-bestand is een tekstbestand dat op de root van een website wordt geplaatst en instructies bevat voor zoekmachines over welke delen van de website wel of niet geïndexeerd mogen worden.

  23. Schema: Schema, ook wel bekend als Schema.org of Schema Markup, is een gestructureerde gegevensmarkuptaal die wordt gebruikt om extra context en betekenis aan webinhoud te geven.

  24. SERP: Search Engine Results Page oftewel SERP is de pagina die zoekmachines weergeven nadat er een zoekwoord is ingetypt in een zoekmachine.

  25. Sitemap: Sitemap is een lijst van pagina’s op een website. Er zijn zowel XML-sitemaps als HTML-sitemaps.

  26. Spider: Een spider is een bot die een website crawlt.

  27. Subdomein: Een subdomein is een separate sectie van een website die bestaat binnen het hoofddomein.

  28. Titel Tag: Een Titel Tag is een HTML tag die de titel van een pagina weergeeft, in zoekmachines.

  29. UCG: UCG is user generated content. Het is content die wordt gemaakt door klanten of gebruikers.

  30. White Hat SEO: White Hat SEO zijn SEO technieken die worden gebruikt, die de richtlijnen van Google volgen. Het is altijd beter om White Hat SEO te gebruiken dan spammy technieken te gebruiken.

  31. XML: XML (Extensible Markup Language) is een opmaaktaal die wordt gebruikt om gestructureerde gegevens op te slaan en te transporteren.

  32. Yahoo: Yahoo is een andere zoekmachine. Het was een van de meest populaire zoekmachines in de jaren negentig totdat Google op kwam dagen. Tegenwoordig is Yahoo niet heel populair meer.

  33. Yandex: Yandex is de meest gebruikte zoekmachine in Rusland en andere landen in Oost-Europa en rond de Kaukasus.

  34. Zoekmachineoptimalisatie: Zoekmachineoptimalisatie is het proces van het optimaliseren van een website om zo hogere posities in zoekmachines te scoren.

  35. Zoekwoord: Zoekwoorden zijn woorden of vragen die mensen in zoekmachines typen. Deze woorden worden gebruikt door marketeers en SEO specialisten om content te matchen met het zoekwoord.

  36. Zoekwoorddichtheid: Zoekwoorddichteid is het percentage van zoekwoorden dat in een stuk content wordt gebruikt. Dit is geen ranking factor, al wordt er vaak beweerd van wel.

  37. Zoekwoord Kannibalisering: Zoekwoord kannibalisering gebeurd wanneer 2 pagina’s op hetzelfde zoekwoord ranken.

  38. Zoekwoordonderzoek: Een zoekwoordonderzoek is een onderzoek dat wordt gedaan door SEO-specialisten. Zoekwoordonderzoek wordt gedaan om onderwerpen van content te bepalen.

  39. Zoekwoord Spamming: Zoekwoord spamming ook vaker keyword stuffing genoemd is een Black Hat SEO-techniek. Hierin worden zoekwoorden zo vaak mogelijk in content geplaatst.

Nog meer online marketing termen 

Er zijn natuurlijk nog veel meer online marketing termen. Dit zijn de marketing begrippen die ik in mijn werk het vaakst hoor, daarom vind ik deze belangrijker. Al zal het nog steeds kunnen zijn dat ik een paar vergeten ben. Ik zal deze lijst zo goed mogelijk bijhouden en als jij nog online marketing termen weet, die ik niet genoemd heb, dan kun je een reactie achter laten.

Bernard
Bernard

Ik ben Aemilius Dost. Eigenaar van schrijfsterk.nl. Ik heb meer dan 5 jaar ervaring als freelance SEO specialist, content writer & copywriter. Daarnaast heb ik ook ervaring met andere aspecten binnen digitale marketing. Mijn focus ligt hier vooral op organisch marketing. Zo heb ik miljoenenbedrijven en kleine lokale bedrijven in verschillende industrieën mogen helpen met hun digitale marketing.

Artikelen: 37

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *